Politiestriping > Home > Home > Nieuws> Minder blauw

Onderzoek Striping

TNO rapport 2010 C080, maart 2010.
Striping van voertuigen voor openbare orde en veiligheid.


In opdracht van de LFR heeft door TNO Defensie en Veiligheid een onderzoek plaatsgevonden.
Onderzocht is ´op welke manier striping en contourmarkering van OOV-voertuigen verbeterd kunnen worden´.

Door TNO wordt aanbevolen om, als het om zichtbaarheid gaat in dag en nachtsituatie, de eisen voor striping aan te passen. Dit geldt met name voor het te gebruiken materiaal.
Ook m.b.t. de contourmarkering zijn aanbevelingen gedaan (doorlopende markering i.p.v. de ´stippen´).

Als vervolg op dit onderzoek vindt binnenkort een praktijktest plaats met diverse voertuigen die op verschillende manieren van striping zullen worden voorzien.

Op basis van het TNO-rapport en de uitkomsten van de praktijktest zal vervolgens door de beleidsdirectie van het ministerie van Veiligheid en Justitie worden besloten of, en zo ja welke, wijzigingen zullen worden ingevoerd.

Bovenstaande betekent dat, zo lang er nog geen andere beslissingen zijn genomen door het ministerie van Veiligheid en Justitie, de huidige regels m.b.t. striping en contourmarkering onverminderd en ongewijzigd van kracht blijven.
Besluiten tot wijziging zullen onder andere op deze website worden gepubliceerd.

Datum: 29-06-2010
===============================

Minder blauw

Het gedragsdeel van de nieuwe regeling beoogt nog een ander doel dan het verhogen van de herkenbaarheid en de uniformiteit, namelijk het bewerkstelligen dat er ´minder blauw’ op straat komt. En dat slaat dan op het terugdringen van het excessief gebruik van blauwe zwaailichten op de plaats van het incident. Onderweg naar het incident hebben de blauwe optische signalen een noodzakelijke functie voor de verkeersveiligheid, maar ter plaatse is vaak juist het omgekeerde het geval. Een zee van zwaai- en knipperlichten bij een ongeval leidt weggebruikers alleen maar af en zaait verwarring, zo blijkt uit onderzoek. Zeker bij slecht weer wanneer het wegdek nat is of het zicht wordt beperkt door regen of mist.Met de nieuwe regeling wordt dan ook beoogd het gebruik van het blauwe zwaailicht zoveel mogelijk te beperken. Alleen het eerst aankomende voertuig mag ter plaatse het blauwe zwaailicht blijven voeren. De gele zwaailichten worden alleen gevoerd door die voertuigen waarbij dat gezien hun opstelling noodzakelijk is.

Tot besluit; dat de nieuwe regeling Optische en Geluidssignalen op 1 maart komend jaar ingaat, betekent niet dat alle hulpverleningsvoertuigen op die dag conform de regeling moeten zijn uitgerust. Nieuwe voertuigen die na deze datum worden opgeleverd, moeten met de gecertificeerde sets zijn uitgerust. De leveranciers van de verschillende voorrangsvoertuigen zijn vóór 1 maart 2009 door het agentschap Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding op de hoogte gebracht van de nieuwe wettelijke regeling, zodat zij daarop kunnen inspelen. Overigens geldt voor bestaande voertuigen een overgangstermijn van vijf jaar. Voertuigen de binnen die termijn worden afgeschreven hoeven daardoor niet voor die paar jaar met een nieuwe set te worden uitgerust. Voor de rest van het wagenpark is de termijn lang genoeg om de sets te laten vervangen. Voor meer informatie over de nieuwe wetgeving en de onderzoeken die in dat verband uitgevoerd zijn, zie www.lfr.nl zoekterm “geluidssignalen”

terug

Laatste ge-update: 19-02-2010