t.b.v. ondersteunende voertuigen
Voor ondersteunende poltievoertuigen, die niet voor operationele taken worden ingezet, dient de zogeheten Secundaire Striping te worden toegepast.
Evenals dat het geval is voor aanvragen voor striping tekeningen voor operationele voertuigen, kunt u d.m.v. het bestelformulier op de pagina "bestellen" een aanvraag doen voor een tekening van een voertuig dat in secundaire striping moet worden uitgevoerd. Bij Vragen / opmerkingen in het formulier kunt u dan aangeven dat het om secundaire striping gaat.
Secundaire striping mag zowel met als zonder optische (oranje of blauw) en geluidssignalen
Het principe
De ondersteunende politieauto´s, die voor niet-surveillance doeleinden worden ingezet, hebben als belangrijkste karakteristiek: een aantal blauwe diagonalen (de zogenaamde striping), twee politielogo´s en een regionaam, op een witte carrosserie.
Het principe voor het beplakken van de auto´s, dat hier vervolgens wordt beschreven, is voor alle modellen hetzelfde.
Striping
De striping bestaat uit diagonalen die worden gesneden uit een blauw retroreflecterend materiaal, dat oplicht als het bij nacht wordt aangestraald. De diagonalen worden aangebracht onder een hoek van 40 graden ten opzichte van de horizon, de hoek die is afgeleid van de stand van het beeldmerk op de basislijn van het woord ´POLITIE´. De breedte van de diagonalen is 118 mm.
Het vertrekpunt van de diagonalen op de zijkanten van de auto is de instapzijde van de voorportieren. Vanaf deze rand wordt naar voren toe gewerkt. Op de rechterzijkant van de auto (gezien vanuit de bestuurder) is de aanleg het gemakkelijkst te bepalen. Aan de linkerkant wordt de eerste blauwe diagonaal vooraf gegaan door een denkbeeldige witte. De witruimte tussen de diagonalen is gelijk aan de breedte van de diagonalen (118 mm). De striping is a-symmetrisch en begint of eindigt op een kaarstrechte, denkbeeldige horizon die de welvingen van de auto niet volgt. De horizon ligt altijd boven de wielkasten van de auto. Onder en boven de horizontale lijn beginnen en eindigen de diagonalen op de ´natuurlijke´ grenzen van de carrosserie, zoals bijvoorbeeld de onderkant van de auto of de grens tussen spatbord en voorklep.
Bij de striping op de voor- en achterkant wordt vanuit het midden naar de zijkanten gewerkt. Aan de voorkant vanuit het midden van de rand van de voorklep en aan de achterkant vanuit het midden van de rand van de achterklep, of vanuit een andere ´natuurlijke´ grens van de carrosserie. De uiteinden van de diagonalen op de voor- en achterkant volgen de welvingen van de carrosserie.
Logo en regionaam
De politielogo´s op de zijkanten van de auto worden geplaatst op de horizontale lijn die door de diagonalen wordt gevormd. Al naar gelang de beschikbare ruimte per automodel wordt de boven- óf onderkant van het woord ´POLITIE´ in lijn gebracht met deze horizontale lijn. Op de linkerzijkant is de horizon het gemakkelijkst te vinden omdat aan deze kant de vertrekpunten van de diagonalen een feitelijke horizon vormen. Het politielogo op de rechterkant staat op dezelfde hoogte.
De regionaam komt alleen op de voorkant van de auto te staan. De afstand vanaf de onderkant van de x-hoogte van de regionaam tot aan de bovenkant van de diagonalen is 118 mm, ofwel gelijk aan de breedte van de diagonalen. De regionaam wordt gecentreerd op de voorklep.
Politiemotto
Relatief aan het politielogo moet ook het politiemotto op de auto worden aangebracht. Dit motto dient even breed te zijn als het politielogo. Dit motto moet boven of in het verlengde van het logo worden aangebracht. Bekijk voor meer informatie het volgende pdf.
Voor wisselende informatie, zoals bijvoorbeeld de 112 stickers, zijn vaste ruimten gereserveerd, achter en/of boven de achterwielen op de zijkanten van de auto. Buiten deze ruimte mag geen extra informatie op de auto worden aangebracht.
Materiaalgebruik
Voor de striping van de politieauto´s is gekozen voor kwalitatief hoogwaardige plakfolies waarbij vinyllaag, lijmlaag en inkten specifiek op elkaar zijn afgestemd. Hierdoor zijn de folies krimpvrij, zodat rouwrandjes (vrijgekomen lijmrandjes die vuil worden) niet zullen voorkomen. De folies hebben een hoge kleurechtheid en zijn bestand tegen extreme weersomstandigheden.
Door toepasing van de geadviseerde plakfolies wordt zowel de uniformiteit als de duurzaamheid van de autostriping gewaarborgd.
Wasadvies
Bij het reinigen van de auto´s dienen deze eerst te worden afgespoeld met schoon water, en daarna met warm water en een huishoud schoonmaakmiddel te worden gewassen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een zachte borstel of spons. Tenslotte afspoelen met water.
Wanneer de auto´s met een hogedrukspuit worden gewassen dan moet de spuitafstand minimaal 30 cm zijn en mag de druk niet hoger zijn dan 60 bar. Om beschadiging en slijtage van de striping te voorkomen mag de temperatuur van het water niet hoger zijn dan 70 graden Celsius.
De folies zijn bestand tegen de wasstraatbehandeling, zolang er geen middelen met een schurende werking of oplosmiddelen worden gebruikt.
Opwaarderen
Een ondersteunende politieauto die moet worden opgewaardeerd tot surveillanceauto, behoudt alle bestaande onderdelen van de markering. Er kan worden volstaan met de toevoeging van roodoranje diagonalen een een witte contourmarkering.
